De kracht van sociaal werk in de politiek
Interview door Carlyne van Drie @ De Volk
Voor velen lijkt de overgang van sociaal werker naar politicus onverwacht. Lukas Schillebeeckx is van opleiding sociaal-cultureel werker. In een tijd waarin de politieke opdracht van het sociaal werk steeds meer vervaagt, vond hij zijn weg naar de politiek. Hij legde deze maand de eed af als schepen in Zaventem. Hij vertelt hoe hij in de politiek is beland als sociaal werker.
Hoe heb je je carrière aangevat?
“Ik ben begonnen bij PROFO als maatschappelijk werker. Daar heb ik een jaar jongeren begeleid in het deeltijds beroepsonderwijs. Daarna ben ik overgestapt naar JES vzw in Brussel. Daar deed ik vormingswerk, vooral met jongeren die zich voorbereidden op de arbeidsmarkt. Zij kwamen bij ons vormingen volgen in het kader van tewerkstelling. Na zes jaar was ik daar een beetje op uitgekeken. Het onderwijs is een moeilijke sector. Dat was een zware job. Ik wou meer beleidsmatig werken, overkoepelend. Minder on the field, eerder bekijken of we erboven processen kunnen opstarten.”
Hoe ben je vanuit de sociale sector in de politiek beland?
“Ik ben het typevoorbeeld van de cliché cd&v’er. Ik kom uit het jeugdverenigingsleven. Ik ben lang actief geweest binnen de jeugdverenigingssector in Zaventem. Dat kwam wat op zijn einde rond 2017. Ik had nood aan een nieuwe uitdaging. Bart Dewandeleer, onze lijsttrekker in Zaventem die nu ook eerste schepen is, vroeg me of de lokale politiek iets voor mij zou zijn. Zo ben ik in 2018 opgekomen en voor het eerst in de gemeenteraad beland. Sinds kort, na de lokale verkiezingen van 2024, zetel ik in het schepencollege als schepen van Jeugd, Mobiliteit, Gebouwpatrimonium & Dierenwelzijn.”
Hoe zie je jezelf als schepen?
“Ik heb een nieuwsbrief die ik verstuur naar mijn (kleine) achterban. Ik wil als schepen vooral doen wat ik altijd gedaan heb: bereikbaar zijn en in overleg gaan met de mensen. Ik denk dat dat de enige manier is dat je goed aan politiek kan doen. Dat is ook de reden waarom ik de voorbije jaren in dat lokale politieke netwerk sterk gegroeid ben. Ik ben iemand die heel aanspreekbaar is. Ik communiceer makkelijk, ik ben een sociaal persoon.”
Politiek is en blijft een teamsport
“Tijdens de coronacrisis heb ik een Facebookpagina aangemaakt: Samen doorheen corona in Zaventem. Het was een beetje Hoplr avant la lettre. Het had de bedoeling dat buren bij elkaar te raad konden als ze bijvoorbeeld ziek zouden vallen. Ik postte daar samenvattingen van de nieuwe maatregels. Dat heeft mij bekend gemaakt in Zaventem. Dat was een manier om een community te bouwen rond een bepaald thema. Dat was heel verbindend tijdens zo’n rare periode.”
“De reden waarom wij in Zaventem de verkiezingen gewonnen hebben is omdat wij echt in team campagne gevoerd hebben. Politiek is en blijft een teamsport. Men vergeet dat vaak. Je springt samen verder dan alleen. Als je in de politiek op een bepaald moment achter je kijkt en niemand meer ziet staan, moet je stoppen. Je moet als college, als partij een team zijn.”
“Het nadeel met types zoals ik, is dat je altijd te ver gaat. Ik ben altijd de persoon die ergens komt en van mezelf verwacht dat ik het werk ga trekken. Het is perfectionisme deels, maar ook engagement en gedrevenheid. Het gewoon willen verwezenlijken en in beweging zetten van dingen. De handen uit de mouwen willen steken. Ik heb altijd zoiets van: “iemand moet het wel doen.” Daardoor doe ik heel veel en soms ook te veel. Je kan jezelf niet voor alles 100% geven. Toch is dat een deel van wie ik ben.”
“Het is een evenwichtsoefening om mezelf te beschermen. Mijn vrouw steunt mij daar enorm in. Het is ook wat ontdekken. Elke week opnieuw moet ik mij daarvan bewust worden. Zo ook als ik op vrijdagavond mijn vrienden eens wil zien. Als ik daar dan besef dat ik op ben, vind ik dat heel jammer. Ik wil daar écht kunnen zijn, maar ik heb de hele week twaalf uur per dag gewerkt. Mensen onderschatten soms dat het werk als politiek figuur niet stopt. Politieker ben je altijd, zelfs op café. Je bent altijd in je mandaat. Op weekendactiviteiten is het normaal dat je er bent en pas opmerkelijk als je er niet bent. Het is niet te onderschatten. De verwachtingen voor politici worden groter en de middelen worden kleiner. Politiek blijft netwerken. Met een uitgebreid netwerk kan je nu eenmaal meer bereiken.”
Politieker ben je altijd, zelfs op café.
“Ik ben net begonnen. Voor Mobiliteit wil ik een intern mobiliteitsoverleg om met verschillende diensten te kunnen samenwerken. Ik heb zelf geen kennis over hoe een verkeerslicht werkt, maar ik kan mensen die de nodige kennis wel bezitten samenbrengen. In de politiek leer je elke dag bij. Je roeit met de riemen die je hebt, maar je tools worden uitgebreid. Bij mij begint dat met verbinden. Daar ligt mijn kracht.”
Zou je je identificeren als sociaal werker?
“Als eerste reactie zou ik zeggen: vandaag niet meer. Ik ben niet actief in een sociale organisatie. Toch doe ik met de politiek misschien wel aan sociaal werk. Het heeft wel een andere vorm. Ik zie mezelf op termijn ook terug in de sociale sector werken, maar dan op een coördinerend niveau. Dat is waar mijn passie ligt, waar mijn natuurlijke kunde ligt. Het werken met groepen, het omgaan met mensen, het groepsdynamische. Dat is een van de redenen waarom ik naar deze partij ben gegaan. Ik kon in de politiek werken en met groepen gemeenschapsvormend werk doen. Alles wat je doet in een samenleving samen, met en voor anderen is een vorm van sociaal werk. Het is een boeiende sector. Er is zo’n verscheidenheid aan functies binnen de sector. Toch is er overal die drijfveer om vanuit een hart voor de mens te handelen. Een van de speerpunten waarom ik aan politiek doe, is dat ik het doe om een warme samenleving te creëren en dat dat mijn manier is om mij te engageren. Zonder engagement heb je nooit een warme samenleving. Hoe je dat doet, kan heel verschillend zijn. Het draagt allemaal bij tot een hechte gemeenschapssamenleving. Want als je dat niet hebt, wat blijft er dan over?”
Ik wens je veel succes met je nieuwe mandaat!